vrijdag 20 mei 2022
zondag 8 mei 2022
zaterdag 30 april 2022
Leuke klussen (7)
Omdat het vandaag 1 Mei is nog één keer een 1 Mei-congres als leuke klus. Dat congres vond in Milaan plaats, van 9 tot 11 april 1990, drie weken voordat het
honderd jaar geleden was dat er voor het eerst internationaal en georganiseerd
op en rond 1 Mei voor de achturendag werd gestaakt en gedemonstreerd. Italiaanse
historici waren de meest actieve organisatoren van publicaties en congressen rond dat jubileum,
de mensen van de Milaanse Fondazione Giacomo Brodolino voorop. Vandaar Milaan.
Het congreshotel stond in een curieus contrast met het onderwerp: het was
het Principe di Savoia, een van de duurste hotels van Milaan, toen, in 1990,
kregen we te horen: het duurste. We waren de gasten van het stadsbestuur van
Milaan, aangevoerd door de socialistische burgemeester Paolo Pilliteri (*1940),
die weer de schoonzoon was van de voormalige premier Bettino Craxi (1934-2000),
ook een socialist. Wat voor volk er normalerwijze in het hotel logeerde was al
duidelijk toen ik het hotel voor het eerst binnenkwam: daar liep Giulio
Andreotti (1919-2013), de christendemocraat die op dat moment premier van Italië was. De drie heren waren
partners in crime: Pilliteri werd in de jaren negentig wegens heling veroordeeld
tot een paar jaar gevang, zijn schoonvader vluchtte om een veroordeling wegens
corruptie en illegale partijfinanciering te ontlopen naar zijn vakantieverblijf
in Tunesië, waar hij bleef en overleed, en Andreotti had soortgelijke problemen
en werd later ook nog verdacht van contacten met de maffia en zelfs van medeplichtigheid
aan een moord op een journalist,
Van het congres zelf herinner ik me weinig. Ik geloof dat ik naar Milaan
was gereisd zonder het idee dat ik daar iets moest doen, maar ik bleek toch
ergens een functie in een panel te hebben, dus moest ik een bijdrage
improviseren. Ook bij dit Italiaanse congres was het eten erg belangrijk: ik zeg
altijd dat ik er risotto leerde waarderen, want die kwam in allerlei fraaie en
smakelijke varianten op tafel. Tussendoor deed ik de bezienswaardigheden van
Milaan en ’s avonds zeeg ik in een bed van 700 gulden per nacht.
Luxueus als een kamer in het Principe di Savoia waren ook de 1 Mei-boeken die de Fondazione Giacomo Brodolini uitgaf. Een jaar vóór het Milanese congres was de rijk geïllustreerde foliant The Memory of May Day. An Iconographic History of the Origins and Implanting of a Workers’ Holiday verschenen, waarvoor ik samen met Els Wagenaar de bijdrage over Nederland schreef en met Emile Schwidder die over Nederlands-Indië. Daarvan hadden we een bewijsexemplaar gekregen, maar niet van de Italiaanse editie, die, maar dan in twee delen, in 1988 was verschenen. Omdat ik die boeken na al die jaren toch in mijn kast miste, heb ik ze maar antiquarisch in Italië besteld. Het pakket kwam eergisteren aan, 34 jaar na dato.
zaterdag 23 april 2022
Ik blijf nog even bij mijn bezoeken aan 1-Mei-congressen. In 1990 werd gevierd dat 100 jaar eerder voor het eerst internationaal op en rond 1 Mei voor de invoering van de achturige werkdag werd gedemonstreerd, in de vorm van werkstakingen en feestelijke bijeenkomsten. Ik werd geschikt bevonden om namens mijn werkgever, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, in binnen- en buitenland de deskundige te spelen met publicaties en optredens.
Een van de vreemdste optredens wat mij betreft was dat op een colloquium van het Institut C.G.T. d’Histoire Sociale, het onderzoeksinstituut van de Confédération générale du travail, de roemruchte communistische vakbond. De bijeenkomst vond eind mei 1990 plaats in een opleidingscentrum van de C.G.T. in Courcelle-sur-Yvette ten zuiden van Parijs. Ik had een vlucht, zie ik in de huisagenda, om 19.15, aankomst 5 over 8 in Parijs, maar vertraging zorgde ervoor dat ik laat in de avond of vroeg in de ochtend met de laatste lokale trein aankwam in Courcelle en toen op goed geluk – ik had geen zin om op de uitvinding van Google Maps te wachten – het opleidingscentrum vond. Daar deed een meneer in onderbroek open, hij wees me mijn kamer en ging weer naar bed.
De volgende ochtend meldde ik me voor het ontbijt, waar ik een paar andere deelnemers aantrof. Het bleek het meest karige congresontbijt en ook het meest karige Franse ontbijt dat ik ooit tot me nam, en de volgende dagen zou het niet beter worden: een kom café crème en een droog stuk stokbrood. Van de rest van de week herinner ik me ook geen culinaire hoogstandjes. Er zitten vage beelden in mijn hoofd van een diner in een restaurant in het centrum van Parijs, voorafgaand aan een cultureel evenement, verder niets. Over dat culturele evenement later meer.
zondag 17 april 2022
Congressen bezoeken, dat heb ik altijd leuk gevonden, en vooral die in het buitenland natuurlijk. Misschien komt dat omdat ik al op leeftijd was toen ik voor het eerst moest optreden, in 1988. Ik was toen 35, maar vanwege mijn wat grillige carrière in de wetenschap was het er nooit van gekomen. Ik was namelijk nooit echt een germanist geworden en ik was nog geen historicus. Ik was een beunhaas, want ik deed wel – zonder diploma’s – allerlei dingen die een germanist en een historicus doen. Maar dus geen congressen.
Onze bijdragen verschenen in 1989 in het imposante en rijk geïllusteerde boek The Memory of May Day. An Iconographic History of the Origins and Implanting of a Workers’ Holiday, verschenen bij Marsilio in Venetië. Daar kregen we netjes een bewijsexemplaar van, maar dat was niet gebeurd bij de Italiaanse versie, die al in 1988 in 2 delen was verschenen. Ik heb die set nog steeds niet, alleen fotokopieën van onze bijdragen. Jaren geleden bestelde ik die boeken, maar ik hoorde nooit iets van het Italiaanse antiquariaat. Ik moet er maar weer eens naar op zoek.
Wat ik me van dit congres – en van alle Italiaanse conferenties die ik bezocht – goed herinner is het eten, en in verband daarmee enkele deelnemers. Er was bijvoorbeeld een broodmagere, vloeiend Italiaans sprekende Rus die bij elke maaltijd alleen maar peren at. Ook voor de rest voldeed hij helemaal niet aan het beeld dat je bij aan de communistische partijen verbonden historici had die westerse congressen mochten bezoeken – ‘Reisekader’ noemden ze dat in de DDR. Daar waren er in Lecce wel een paar van, een uit Hongarije en een uit Polen, allebei uiterst aardige collega’s overigens, die ik van hun connecties met en bezoeken aan het IISG kende. Ik vertel al sinds ik in 1988 uit Lecce terugkwam dat deze beide heren, samen met de Oostenrijker Herbert Steiner, telkens als eersten aan de lunch- of de dinertafel plaatsnamen om, bij wijze van spreken met mes en vork in hun vuisten geklemd en een servet om de nek geknoopt, op het eten te wachten. Steiner, een in zijn land zeer gerespecteerde communist, vertelde tijdens het eten graag over zijn bezoeken aan Noord-Korea, waar het leven toch zo goed was: geen criminaliteit, geen luchtverontreiniging, geen verkeersongelukken. Memorabel was ook een door de plaatselijks Kamer van Koophandel aangeboden diner in een Moorse villa in Otranto met fenomenale frutti di mare op tafel en hordes ratten in de tuin rond de villa.
zondag 10 april 2022
Uitgeverij Annex had op dat moment, als ik het goed zie in de Nederlandse Bibliografie, zeven boeken uitgeven, met een nadruk op toegankelijke publicaties op wetenschappelijk gebied, waaronder een boek met brieven van Albert Einstein en het eerste deel van wat een verzameld werk van dezelfde moest worden. Maar dat verzamelde werk kwam niet verder dan dat eerste deel en de productie van de uitgeverij ook niet – ik weet niet waarom. Geen zin meer? Andere bezigheden? Geld op? Mijn correspondentiearchief vertelt het me ook niet. Daar vind ik wel een doorslag van de op 20 september 1991 gedateerde declaratie voor het vertaalhonorarium (3000 gulden), en ook een briefkaart waarvan ik de datum op de frankeerstempel niet kan lezen maar met de mededeling dat de ‘bewerking van de tekst’ langer duurt dan verwacht.
Je zou je alleen nog kunnen afvragen waarom dit soort spooktitels nog steeds in de Nederlandse Bibliografie staat? Ze kwamen er, vermoed ik, terecht vanwege de aanvraag voor het ISBN, die – dat spreekt een beetje vanzelf – aan het verschijnen van het boek voorafging. Hoeveel van dit soort titels zouden er in de Nederlandse Bibliografie staan? Dat uit te vogelen lijkt me nou een leuke klus voor iemand anders.
vrijdag 8 april 2022
Balkenende














