OPGESPOORD
zondag 30 april 2023
zondag 19 maart 2023
Amqui
Weet u waar Amqui ligt? Ik wist het ook niet tot een dag of wat geleden, toen Teletekst meldde dat daar een pickuptruck op voetgangers was ingereden met enkele slachtoffers tot gevolg. Zulke berichten worden door de persbureau’s interessant gevonden totdat blijkt dat er geen terrorisme in het spel is.
Volgens Teletekst lag Amqui in het noordoosten van Canada. Nou ben ik daar wel eens overheen gevlogen, over het noordoosten van Canada, in het najaar van 1983 namelijk, tijdens mijn eerste vlucht naar het Amerikaanse continent, naar Seattle aan de westkust om precies te zijn. Je vloog toen eerst naar de poolcirkel, over Groenland en vervolgens over de hele breedte van Canada naar Seattle. Dat vliegen boven Canada duurde uren, en onder ons was niks: bergen, de Hudsonbaai, bergen, niks: de kans dat daar in het noorden van Canada een pickup mensen raakt is erg klein. Amqui ligt dan ook niet in het noordoosten van Canada, maar in het noordoosten van de Canadese provincie Quebec, die zelf liever Québec wordt genoemd en die in het zuidoosten van Canada ligt.
Zeer waarschijnlijk ben ik wel eens in of in de buurt van Amqui geweest, maar helemaal zeker weet ik het niet. In augustus 2002 maakten we met zoon van 17 en diens beste vriend een rondje van een kleine maand van Montreal, in het Frans Montréal, via de oostkust van Québec en New Brunswick de grens van de Verenigde Staten over, door Maine en alles wat daaronder ligt naar New York, en toen weer van daar via alles wat daarboven ligt naar Montreal. Vanuit Montreal reden we in noordoostelijke richting langs de Lawrence River naar de hoofdstad van Québec, Québec, en toen verder langs het water naar Rimouski. We overnachten in een hotel aan de rivier. Ik wist in 2002 nog niet dat ik me ooit intensief met Willem Frederik Hermans zou gaan bezig houden, en dus ook niet dat Hermans ook daar in Rimouski was geweest en overnacht had, en wel in het najaar van 1948.
De volgende dag wilden we verder langs de kust naar het schiereiland Gaspé rijden, maar het was noodweer en de kustweg was afgesloten. De enige mogelijkheid was binnendoor rijden, over onverharde wegen, en dat deden we ook, maar het mocht alleen achter een volgauto, die tientallen kilometers lang voor ons en anderen uitreed totdat we weer een doorgaande verharde weg tegenkwamen. We moeten onderweg, als ik nu op de kaart kijk, wel langs Amqui zijn gekomen.
We waren toen in 2002 op wel meer plekken waar Willem Frederik Hermans in het najaar van 1948, tijdens zijn verblijf als controleur in de houtindustrie, ook was geweest, maar wat je niet kunt weten, kun je niet weten. In 2008 was dat wel het geval, toen we, nu zonder jong volk, een reis door de provincies Nova Scotia, Newfoundland, Prince Edward Island en een klein stukje New Brunswick maakten. We ondernamen die reis zonder reisbeurs en zonder contract voor een boek op zak, maar wel met kennis van de feiten van Hermans’ reis. We hadden er een mooi en goed boek over kunnen maken, over onze reis en Hermans en Canada (en Newfoundland, want, dat wordt graag vergeten door deze en gene, Newfoundland was in 1948 nog geen provincie van Canada maar een dominion van het Verenigd Koninkrijk). Wat jammer dat zo’n boek, zo’n mooi en goed boek, nog ontbreekt.maandag 20 februari 2023
Uit betrouwbare bron hoorde ik laatste dat ik ergens, in zeer marginaal drukwerk, werd uitgescholden voor ‘marxist’. Het marginale periodiek gaat niet over socialisme, Karl Marx en dergelijke zaken, maar blijkbaar is ‘marxist’ een mooi scheldwoord voor iemand die ooit promoveerde op Marx. Want inderdaad, lang geleden intussen, was ik een Marx-specialist, al was het dan niet als kenner van het werk van Karl Marx (daar zou ik het eerst goed voor moeten lezen), maar wel van, bijvoorbeeld, zijn archief en zijn handschrift, want ik werkte in de vorige eeuw op het IISG in Amsterdam, waar ze zijn archief beheren. Vanwege mijn kennis van archief en wat dies meer zij kreeg ik ook belangstelling voor de Nederlandse verwanten van Marx, want daar had hij er nogal wat van. Daar promoveerde ik ooit op, eind vorige eeuw. Ik zou mijn proefschrift nog eens moeten lezen om te kijken wat ik toen allemaal wist, maar omdat ik het opschreef kunnen ook anderen iets met mijn kennis van toen. Ik heb geen idee hoe vaak mensen nu nog iets aan mijn proefschrift hebben, want ik hoor er zelden iets over, en ik ga er ook niet elke week naar op zoek.
donderdag 12 januari 2023
EMMER
Ik ben er nog nooit geweest, in Emmer-Compascuum, maar ik heb het wel altijd een mooie plaatsnaam gevonden. Ook over het culturele leven in Emmer-Compascuum weet ik niets, net zo min als over de leesgewoonten daar. Ik weet alleen dat het in het Emmer-Compascuumse boekenwezen druk was de afgelopen weken. Op Boekwinkeltjes.nl kwam er namelijk een Boekwinkeltje bij, waarmee het aantal Boekwinkeltjes in Emmer-Compascuum verdubbelde.
Persoonlijk ben ik van mening dat het aantal Boekwinkeltjes in een gemeente wel iets zegt over de leefbaarheid ter plaatse. In mijn geboorteplaats Kerkrade (45.000 inwoners) zijn sinds jaar en dag vier Boekwinkeltjes actief – of passief, want een van de vier is al jaren ‘tijdelijk gesloten’. Een van de andere drie biedt al jaren één boek aan zonder het te verkopen, de volgende 12 en de laatste 45. Dat ongeveer is de toestand in mijn geboorteplaats.
Had ik trouwens al ooit verteld over de laatste echte winkel in tweedehands boeken in Kerkrade? Die is er nu al weer een jaar of dertig niet meer, want toen onze zoon een jaar of zeven was ben ik nog een keer met hem gaan kijken – korte tijd later was de zaak dicht. Rondkijken en snuffelen was niet de bedoeling in die winkel, zo bleek, want toen mijn zoon de bakken met strips begon door te kijken kreeg hij van de man achter de toonbank het dringende verzoek dat te laten. Wat wel de bedoeling was hadden we al kunnen constateren, want in de korte tijd dat we er waren kwamen er een paar heren op leeftijd binnen die bij de kassa een envelop vanonder de genoemde toonbank kregen, afrekenden en weer vertrokken. Vieze boekjes!
Terug naar die aantallen Boekwinkeltjes per gemeente. Om het contrast aan te geven: mijn huidige woonplaats Odijk (5700 inwoners) telt 7 Boekwinkeltjes, die in totaal bijna 11.000 boeken aanbieden. Hier is het goed wonen.
Maar goed: Emmer-Compascuum. Op de homepage van Boekwinkeltjes worden nieuwe handelaren altijd rechtsboven aangekondigd, en daar zag ik in de loop van december het Boekwinkeltje ‘depragmatischeaspect’ verschijnen. Ik klikte door, want bij zo’n naam ben je wel nieuwsgierig naar de manier waarop ze welke boeken aanbieden. Maar ‘depragmatischeaspect’ bleek nog niet geopend. 'Gelieve later terug te komen' staat er in zo'n geval. Om de wachttijd te doden keek ik even hoeveel Boekwinkeltjes Emmer-Compascuum (7700 inwoners) al telde. Het bleek er één: ‘Vivliofagos’. Deze boekenverslinder biedt twee boeken aan, maar aan de prijs te zien wil hij of zij ze niet kwijt.
De dagen na de oprichting van ‘depragmatischeaspect’ keek ik regelmatig of ze al open waren, maar dat was niet zo. Wel verscheen er na een paar dagen een nieuw Boekwinkeltje op Boekwinkeltjes.nl: ‘pragmatischeaspecten’. Aha, dacht ik: ze hebben de taaladviesdienst geraadpleegd en aan Boekwinkeltjes gevraagd of ze de naam kunnen veranderen. Ik verwachtte dan ook dat ‘depragmatischeaspect’ snel zou verdwijnen. Quod non, zou Vivliofagos zeggen, integendeel: ‘pragmatischeaspecten’ verdween! Sindsdien, een week of drie geleden nu, wacht ik op het verschijnen van de eerste boeken die ‘depragmatischeaspect’ gaat aanbieden.
Ik houd u op het hoogte, zoals ze in Emmer-Compascuum zeggen.
zondag 30 oktober 2022
Niet thuis
Mijn afdeling tweedehands boeken komt
wel eens bij mensen thuis en nog vaker bij mensen die niet meer thuis zijn, omdat
ze overleden zijn namelijk en hun boeken ergens heen moeten. Een paar jaar geleden
kreeg ik het verzoek te komen kijken naar het papier dat een overledene bij leven had verzameld.
De alleenstaande man had een klein huisje bewoond, ergens in een van de oude wijken van een
van onze grote steden: woonkamer, keuken en een serretje beneden, boven
een slaapkamer, nog een kamertje, een overloop. Overal, behalve in de lege
slaapkamer, stonden en lagen boeken: de familie had uitgezocht wat ze wilde
bewaren en de meeste meubels al verwijderd.
De enige stoel in de keuken en het
fornuis daar maakten duidelijk dat de bewoner niet van schoonmaken hield. Ook de boeken,
en zeker die in de tweede kamer boven en op de overloop, waren deels stoffig en
hadden geleden van net iets te klamme omstandigheden. Maar toch was er genoeg
interessants om mee te nemen. Dat het leven niet altijd over rozen gaat bleek
toen ik een stapeltje brieven achter een rijtje Godfried Bomansen - het ging om een familie met Haarlemse connecties - tevoorschijn viste
die de familie nog niet had ontdekt. Het was de briefwisseling van de bewoner
met zijn moeder, zo vertelde de aanwezige neef, ook dat het tussen de twee niet
erg boterde.
Het bijna lege huisje, de verstopte brieven en de resterende
tekenen van leven van de nu ontbrekende bewoner straalden eenzaamheid uit. Dat
deden zeker de sporen die op de muur van de lege slaapkamer waren
achtergebleven, daar waar het hoofdeinde van het bed had gestaan. De knop onderaan
het koord naar de lichtschakelaar bij het plafond had door jarenlang heen en
weer bungelen een groef in de muur gemaakt. De vlek die het gepommadeerde –
laten we dat maar aannemen – haar van de lezende en in slaap vallende bewoner in
de loop van de tijd had gevormd maakte er een surrealistisch tafereel van.
maandag 17 oktober 2022
vrijdag 23 september 2022
HIJ BLIJ










