dinsdag 11 september 2018

Mijn Kampfen

Zal ik ook eens iets over Mein Kampf zeggen? Ik bezit een klein rijtje exemplaren, de nieuwe Nederlandse vertaling heeft nog geen plannen zich daarbij aan te sluiten, en de Duitse wetenschappelijke had dat ook niet. Ik lees dat de akelige ideeën die het boek bevat in eigentijds Nederlands zijn overgezet door een amateurvertaler, ik hoor ook een wetenschapper zeggen dat voetnoten maar lastig zijn in wetenschappelijke edities en toch niet gelezen worden.
Mijn vijf uitgaven van Mein Kampf zijn in de loop van de jaren in mijn boekenkast terechtgekomen. Ik koop wel eens partijen boeken op, en daar zaten deze allemaal bij. De tweedelige Duitse uit 1933 zat ergens in een van de 44 dozen die ik voor een paar tientjes op een boedelveiling kocht. De herdruk uit 1982 van de Nederlandse vertaling door Steven Barends uit 1939 (het boek met die gave en lege witte rug) vond ik begraven in een van de vele bananendozen met de ca. 700 exemplaren van een boek dat het zelfs in de ramsj niet had gered. De boekhandelaar had het daar wellicht verstopt opdat het niet gevonden werd door de Mein Kampf-opsporingseenheid van het Ministerie van Justitie.

Mijn originele Mijn kamp-exemplaar is een tweede druk en komt uit de bibliotheek van een bibliothecaris. De twee overblijvende Duitse uitgaven zijn zoveelste drukken uit 1943. Een van de twee bevat een gedicht van een vader, denk ik, aan een zoon uit datzelfde jaar 1943. Zoon Koos is 17, dat weet ik omdat ik de herkomst van het boek ken. De datum van het gedicht is 5 december, en ik neem dus maar even aan dat het hier gaat om een stichtelijk Sinterklaascadeau. Het vers gaat als volgt:

    In dit geschrift vind je beschreven
    Het stelsel waarnaar hij wil leven,
    Die gansch Europa heeft gebracht
    In zijn ontembren, ijz’ren macht,
    En door zijn tyrannie en dwang
    Zoo menigeen maakt klein en bang.
    Van vrije menschen slaven maakt,
    Die zijn gegeven woord verzaakt,
    Die enkel vraagt naar zijn begeert’
    Door geen scrupule wordt gekeerd.
    Mein Kampf, mijn strijd is ’t hoogste goed
    Waar alles zich naar richten moet.
    Geen enkel hooger ideaal
    Stelt aan zijn driften perk en paal
    En mensch en ding heeft enkel waarde
    Zoover ’t hem nuttig is op aarde.
    Dit alles leidt tot het pure niets
    Waarbij een mensch zijn ziel verliest.
    O Koos, dat weet jij wonderwel
    Maar blijve het niet bij hersenspel
    Richt gansch je leven naar het woord
    Dat j’als critiek op dit boek hoort.
    Wees open, eerlijk, recht door zee,
    Je ja zij ja, je nee zij nee.
    Wees trouw aan wat je hebt beloofd,
    Wees warm van hart, en koel van hoofd.
    Dan word je een mensch, die velen kan
    Ten zegen zijn; dan word je een ‘man’.

Dat is dus best een heftig Sinterklaasgeschenk, en niet ongevaarlijk ook, maar gelukkig vond Koos voor dit verzetsdocument een goede schuilplaats, mocht er ongevraagd bezoek komen: hij liet het gewoon in het boek zitten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.