dinsdag 10 mei 2016

Anders

Ik kocht onlangs En liefde in mindere mate, de editie van (een selectie uit) de dagboeken van Doeschka Meijsing uit de jaren 1961-1987, in de reeks Privé-domein verschenen bij De Arbeiderspers, bezorgd door Ben Peperkamp en Annette Portegies. Een tweede deel, van 1987 tot Meijsings dood in 2012, volgt nog. Waarom kocht ik het boek? Omdat Privé-domein een mooie reeks is, omdat Doeschka Meijsing een interessante schrijfster is, omdat dagboeken een interessant genre is (niet alleen vanwege de inhoud maar ook vanwege de editiewetenschappelijke aspecten), en ook omdat ik in de jaren zeventig Duits studeerde in Utrecht, waar Meijsings levenspartner in die periode, Gerda Meijerink, docente was. Via Meijerink ontmoette ik Meijsing een paar keer, onder andere in hun beider huis in Langbroek.
Omdat ik veronderstelde dat via de germaniste Meijerink de Duitse literatuur een rol was gaan spelen in Meijsings leven, scande ik al in de boekwinkel het register van de editie, en dat bevat inderdaad de namen van een aantal Duitse schrijvers. Maar als ik, nog steeds in de boekwinkel, wil nalezen wat Meijsing over Günter Grass schrijft, vang ik bot (om maar eens een domme grap voor de goede verstaanders te maken), want de pagina’s die het register voor Günter Grass aangeven kloppen allemaal niet. Dat is geen goed voorteken. Er heeft ook geen verwisseling plaatsgevonden met ene Floor Gras, die in het register boven Grass staat, want de paginacijfers daar slaan ook allemaal niet op de Grass me twee ss-en. Omdat ik, eenmaal thuis, geen geduld heb om eerst het hele dagboek te lezen om te zien waar Grass overal voorkomt, probeer ik het via Google Books. Dan blijkt dat Doeschka Meijsing op 27 juni 1979 in haar dagboek schrijft (p. 327): ‘En ik wil niet volwassen worden. Ik wil Oskar Matzerath zijn die niet groeien wil, het kind dat alles begrijpt en niets verraadt.’ Daar hoort noot 1041 bij, en die is bijna een pagina lang. Ze is zo lang dat ze in twee alinea’s moest worden opgedeeld. De editiebezorger in mij vindt dat voetnoten nooit twee alinea’s moeten hebben: het devies is altijd: informatief, bondig, geen aanzetten tot essays etc. Maar de bezorgers van deze editie dachten daar blijkbaar anders over. Hun 1236 voetnoten bij 370 pagina’s dagboektekst zijn gemiddeld meer dan een kwartpagina lang. Ik zou als bezorger mijn best hebben gedaan iets zuiniger te zijn, dat zou ook een gunstige omvang hebben gehad op de omvang en de hanteerbaarheid van het boek. Je kunt dit boek, als het helemaal wil lezen, alleen maar vernielen.

Op zich is de informatieve waarde van de eerste helft van de genoemde voetnoot in orde. Meijsing had blijkbaar de film naar Grass’ roman Die Blechtrommel gezien, die net in Nederland in première was gegaan, en ze was bezig met een recensie voor Vrij Nederland. De voetnoot citeert uit die recensie een fragment waarin de dagboeknotitie terugkeert en geeft de precieze bibliografische data van de recensie, ook die van de eerste editie van het verfilmde boek. Maar we vernemen weer niet, wat je zou verwachten, de naam van de regisseur (Volker Schlöndorff). Het is ook de vraag of de inleiding van het citaat (‘Doeschka Meijsing verklaart in dit stuk zich te identificeren met de acteur David Bennent [de acteur die Oskar Matzerath speelde; jg]’ wel klopt; in het citaat lees ik het in elk geval niet. Als het niet ergens anders in Meijsings recensie staat, is dit een sturende duiding en geen feitelijke mededeling. Als bezorger zou ik zo’n mededeling nooit doen, en als lezer heb ik er geen boodschap aan.
In de tweede helft van de noot maken de bezorgers dan de keuze om door te gaan met het informatie verstrekken, en wel over een recensie door Doeschka Meijsing van de roman Der Butt van Grass, met een uitgebreid citaat over het feministische gehalte van het boek. Weer krijgen we precieze data over boek en recensie, maar we hadden ook goed zonder gekund: het dagboek geeft namelijk geen aanleiding het hier over te hebben, niet over het boek en niet over het feminisme van Grass. Problematisch is ook dat deze tweede alinea wordt ingeleid met de zin: ‘Niet lang daarna recenseerde Doeschka Meijsing […]’, terwijl het in feite gaat om een bespreking die twee jaar eerder, in 1977, verscheen. De overdaad schaadt de nauwkeurigheid: als je meer doet, moet je ook meer goed doen, en iets goed en nauwkeurig doen is al moeilijk genoeg.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.