maandag 6 april 2026

DEMMITS

Ik kwam een Practische Handleiding voor het gebruik van de Engelsche Taal in de haven tegen. Het is een boekje van ruim 120 pagina’s uit 1939, bevattende, aldus de ondertitel, ‘de meest voorkomende vragen en gesprekken aan boord van schepen en voorzien van duidelijke uitspraak’. Droogstoppel vraagt zich even af of dat betekent dat het alleen gaat om Engels dat aan boord van schepen wordt gebezigd die in havens liggen maar kijkt dan toch wie het boekje geschreven heeft: het is A. Wessels, ‘Gediplomeerd leraar – Engelsche-vertaler’ uit – niet onlogisch – Rotterdam. Dat is ook de stad waar de uitgeverij, Nijgh & Van Ditmar, nog gevestigd was toen ze het boekje publiceerde. Over A. Wessels heb ik in de gauwigheid geen verdere gegevens kunnen vinden.
In zijn inleiding verduidelijkt de auteur: ‘Hoofdzakelijk worden behandeld de meest voorkomende gesprekken aan boord van schepen, een en ander getoetst aan de practijk.’  Die praktijk is vaak verwoord in opeenvolgende zinnetjes in drie kolommen die samen een scène vormen, de kolommen heten respectievelijk ‘Nederlandsch’, ‘Engelsch’ en ‘Uitspraak. Dat gaat bij voorbeeld zo: in kolom 1 staat: ‘Weet u waar de stuurman is?’ In kolom 2 volgt dan: ‘Do you know, where the mate is?’ Kolom 3 geeft de uitspraak: ‘Doe joe noow, wer de meet is?’ Het verhaal gaat in het Nederlands zo verder: ‘Ik denk, dat hij ergens op het dek is.’ Antwoord: ‘Dat geloof ik niet, ik heb overal naar hem gekeken, maar zag hem nergens.’ Repliek: ‘Wacht een oogenblik, misschien is hij in zijn hut’.  Wat dan weer in de derde kolom dit uitgesproken Engels wordt: ‘Weet u minnut, perheps hie is in his kebbin.’
De scènes zijn niet altijd even helder: ‘We coed not kum on bord, es noo roopledder hed bien poet out’. Iemand aan land zegt dit dus blijkbaar tegen iemand aan boord van een schip. (Het is overigens vreemd – Droogstoppel leest nog steeds mee – dat de c van ‘could’ in de oren van A. Wessels blijkbaar anders klinkt dan de c van ‘come’.) Als dit een scène uit de praktijk was, zou je een reactie van de persoon aan boord verwachten, die iets van uitleg naar de persoon aan land roept. Zo’n reactie had kunnen zijn: ‘De touwladder was stuk, dat heeft de lichtmatroos gedaan,’ maar dat staat niet in het boekje. Wel, in een ander verband, een mogelijke sanctie tegen de lichtmatroos: ‘Hie wil riepeer de demmits.’
Weer echt uit de praktijk is deze: ‘Kepten, it is verrie doutfoel, if de leiters aar kumming toedee, it mee bie troe, but Aai doe not noow for sjoer, Aai sjel meek inkweiries ubout dem.’ Helaas ontbreekt het antwoord van de kapitein, en dat leidt tot de vraag: kon de Nederlandse gesprekspartner het Engels van de buitenlandse zeeman wel verstaan als hij geen begrijpelijke transcriptie op papier had? Maar het boekje moet voldoende kopers hebben gehad, want mijn exemplaar is een tweede druk; de eerste was, vind ik met behulp van Delpher, in 1935 verschenen bij de Rotterdamse drukkerij Elba.
De uitspraak van het Engels, is, zegt A. Wessels in zijn voorwoord, ‘niet altijd zuiver in letters weer te geven,’ maar hij spreekt de hoop uit dat de lezer, door een en ander te lezen en te herlezen, ‘binnen niet al te langen tijd het Engelsch spreekt, zonder zich aan al te grove fouten schuldig te maken’. De gebruiker heeft 122 pagina’s om in zelfstudie te lezen en te herlezen, maar er is dan niemand die tegen hem zegt: ‘Aai sink, joe hev meed u misteek, Sur.’
Het is, gezien het tijdstip van verschijnen van dit boekje in de tweede helft van 1939, de vraag of de Nederlandstalige zeeman de kans kreeg om zijn Engels te oefenen, want in de toen volgende periode zal er, veronderstel ik, weinig gelegenheid zijn geweest je Engels in de praktijk te oefenen. Een ‘Practische Handleiding voor het gebruik van de Duitsche Taal in de haven’ was misschien handiger geweest, maar ik heb over een dergelijk boekje geen gegevens gevonden.
Wat ik wel vond is de aanduiding ‘K 2466’ op het achterplat van het boek, en dat past niet goed bij het verschijningsjaar van het boekje, 1939. Het K-nummer, feitelijk het kennummer, moest vanaf halverwege 1941 van overheidswege op drukwerk worden vermeld, elk nummer hoorde bij een drukkerij of een uitgeverij. K 2466 was het kennummer van drukkerij Pamco in Voorburg. Het gebruik van het kennummer hield niet op met het einde van de Duitse bezetting, ook in de jaren erna werd het nog af en toe gebruikt. Het zou dus kunnen dat dit boekje na het einde van de bezetting is herdrukt, toen er weer meer buitenlandse dan Duitse schepen Nederland aandeden. Dat laat ik maar even als hypothese zo staan, totdat iemand tegen mij zegt: ‘Aai sink, joe hev meed u misteek, Sur.’

Ik vermoed overigens, maar dit geheel terzijde, dat Mark Rutte uit dit soort boekjes zijn Engelse uitspraak heeft geleerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.