woensdag 4 maart 2026

Ein Stück Brachland, eine Schrift herum – een halve eeuw oud

Vijftig jaar geleden waren we druk bezig in het pand Biltstraat 401 in Utrecht. Daar was in 1976 het Instituut Frantzen voor Duitse Taal- en Letterkunde gevestigd, en vier studenten, allemaal met hun studie begonnen in het begin van het decennium, waren behalve met studeren ook bezig met een mooie klus: het samenstellen van een bloemlezing met actuele Duitstalige literatuur. We hadden al een paar jaar een instituutstijdschrift, na wat avontuurlijke en grappig bedoelde titelwijzigingen Journal geheten, dat in de geest van de tijd opstandig was maar ook de Duitse culturele ontwikkelingen goed bijhield.

In de loop van 1975 moet het idee zijn ontstaan – zullen we het maar toeschrijven aan onze docent Gregor Laschen (1942-2018)? – om een bloemlezing te gaan maken, maar niet een die putte uit al gepubliceerde teksten. We schreven  tientallen schrijvers in alle Duitstalige landen aan met het verzoek ons ongepubliceerde teksten te sturen – het goed gevulde adresboek van Gregor kwam daarbij zeer van pas. We kregen bijna altijd antwoord en bijna altijd zat er een typoscript in de envelop. Een van de weinige mensen die antwoordden maar niets in voorraad zeiden te hebben was Elias Canetti. Ik zou zijn piepkleine briefje hier graag reproduceren, maar ik heb het niet meer in huis. Het archief van onze onderneming is lang geleden aan het Deutsche Literaturarchiv in Marbach geschonken.

Uiteindelijk waren er ruim 70 schrijvers en enkele beeldend kunstenaars vertegenwoordigd in het kloeke boek van 265 pagina’s dat in mei 1976 onder de titel Ein Stück Brachland, eine Schrift herum. Hedendaagse Duitstalige literatuur, gebundeld verscheen in het formaat A4. De illustratie voorop is van Hannelore Teutsch (*1942), in die tijd de partner van de dichter en vertaler Erich Arendt (1903-1984). We maakten 500 exemplaren en nummerden ze zelfs. Het Duitse gedeelte van de titel is een citaat uit een gedicht van Rolf Dieter Brinkmann, niet in de bloemlezing vertegenwoordigd, omdat hij een jaar eerder in Londen bij het oversteken de verkeerde kant op keek en dodelijk verongelukte.

Het maken van zo’n boek ging vijftig jaar geleden net even anders dan nu. De basis van het geheel waren namelijk stencils. Zo maakten we ons instituutstijdschrift ook, we hadden dus ervaring met het bedienen van de intussen uit de herinnering verdwenen stencilmachine. In de eerste plaats moesten alle bijdragen worden overgetikt op stencilvellen. Ik wil er nu helemaal niet over nadenken wat daar allemaal kan zijn misgegaan, maar echte klachten over geruïneerde teksten kan ik me niet herinneren. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat we van al die 265 pagina’s 500 afdrukken maakten, maar er staat toch echt: ‘in eigen beheer’, en er wordt geen drukker genoemd. Alleen het lijmen van de rug zal ergens anders gebeurd zijn.

We verspreidden het boek onder onze collega-studenten en onder de andere vakgroepen Duits in Nederland, bovendien kregen we een aantal signalementen in landelijke dagbladen, waardoor we ook van particulieren behoorlijk wat bestellingen kregen, zodanig dat de oplage binnen de kortste keren was uitverkocht. De redactie, op een vage foto achterin het boek te zien, kon trots zijn: van links naar rechts waren dat Ton Naaijkens, Joan Kooyman, Gregor Laschen, ondergetekende en Wilfried Hövener. We hadden een eigen ruimte tot onze beschikking, en als we buiten kantooruren kwamen zelfs een heel gebouw. In mijn herinnering was de deur van Biltstraat 401 altijd open, niemand sloot zijn kamer af, we konden zonder enige beperking telefoneren en we hadden bovendien toegang tot de grote drankvoorraad van een van de hoogleraren, die zijn flessen bewaarde waar anderen hun archief opborgen.

Het volgende studiejaar begonnen we aan een tweede druk. Er werden nog meer mensen aangeschreven, sommigen waren we ondertussen bij lezingen of elders tegengekomen, weer anderen, meen ik me te herinneren, meldden zichzelf, maar wij waren niet kieskeurig. De tweede druk, die in mei 1977 verscheen, bevatte bijdragen van bijna 95 schrijvers en beeldend kunstenaars. Nieuw waren bijvoorbeeld Wolf Biermann, Peter Rühmkorf en Günter Wallraff, Er waren ook schrijvers die meer of andere teksten stuurden. We, en dan in het bijzonder Gregor Laschen, waren ook niet vies van een mystificatie. Er zijn in druk 2 gedichten opgenomen van ene ‘Bastian Poolman’, die volgens zijn biografie achterin het boek in 1975 in de Himalaya spoorloos was verdwenen. In feite zijn de gedichten van een nog steeds levende studievriend van Gregor.

De productie van deel 2, 358 pagina’s dik, was overigens al iets minder handmatig. We maakten wel nog stencils, maar die werden offset gedrukt en gebonden bij de Stichting Pressa Trajectina, een intussen verdwenen studentendrukkerij annex -uitgeverij. Opnieuw was de oplage 500, en weer raakten we ze gemakkelijk kwijt. We kregen onder andere financiële steun van het Goethe Institut via een advertentie in het boek, en we verkochten de exemplaren zo dat we op het eind een aardig bedrag overhielden. Dat we nooit hebben afgedragen.

Een van de bijzondere aspecten van onze bloemlezing was de aanwezigheid van schrijvers uit de DDR. In die tijd was het niet vanzelfsprekend dat schrijvers uit de DDR vrijelijk in het westen konden publiceren. Er waren licentieovereenkomsten, waardoor boeken zowel in oost als in west verschenen, maar er waren ook schrijvers die buiten zo’n licentie om en zonder toestemming in het westen werden gepubliceerd. Voor onze bloemlezing vroeg, denk ik, niemand toestemming. Ik kan me niet meer herinneren hoe we de bewijsexemplaren over de grens kregen. Stuurden we ze gewoon? Of gaven we ze mee via de diplomatieke route, want dat kon ook: de Bondsrepublikeinse vertegenwoordiger in Oost-Berlijn bijvoorbeeld woonde in de jaren zeventig in West-Berlijn en hij en zijn echtgenote reden ongecontroleerd heen en weer met de betere levensmiddelen, weet ik uit betrouwbare bron, want ik heb daar wel eens van meegegeten en -gedronken bij wederzijdse vrienden. Ze namen ongetwijfeld ook boeken mee.

Een paar bewijsexemplaren van de eerste druk konden we in juni 1976 persoonlijk overhandigen aan enkele Duitse deelnemers van Poetry International. Nicolas  Born (1937-1979) was er uit West-Duitsland, van wie Ton Naaijkens en ik na zijn dood nog een roman en een novelle zouden vertalen, maar ook Reiner Kunze (*1933) en Sarah Kirsch (1935-2013). Ook van Kirsch zouden Ton en ik werk vertalen. Van deze drie auteurs staan handtekeningen in mijn exemplaar van Brachland, die van Kunze met een opdracht expliciet in Rotterdam gesitueerd. Een half jaar na Poetry zouden zowel Kunze als Kirsch bezwaar maken tegen de uitburgering van de schrijver en zanger Wolf Biermann, die in november 1976 toestemming kreeg om concerten in West-Duitsland te geven maar vervolgens niet mee terug mocht naar de DDR. Kirsch emigreerde in 1977 naar de Bondsrepubliek.

Zelf nam ik in de zomer van 1977 een paar exemplaren mee over de grens. Bij de S-Bahn-overgang Friedrichstrasse in Berlijn werd ik, naar verwachting, apart genomen, ik moest mee naar een hokje om te worden ondervraagd over de cadeautjes die ik bij me had – Nederlandse koffie, een paar pakken mooi helder schrijfpapier, een paar Brachlanden en nog het een en ander. De koffie werd door een röntgenapparaat gehaald, het papier was geen probleem en de exemplaren van Brachland uiteindelijk ook niet. Ik beantwoordde netjes alle vragen en de dienstdoende geuniformeerde bladerde er een aantal keren doorheen om te zien of er zaken in stonden die het DDR-oog niet kon verdragen, maar blijkbaar sloeg hij de pagina’s met Biermann, Kunze, Kirsch en anderen over.

Een mooi eerbetoon aan onze onderneming was in het jaar van de tweede druk het verschijnen van Nieuwe Gronden. Hedendaagse nederlandstalige literatuur, gebundeld. Drie Berlijnse studenten Nederlands, Rolf Brockschmidt, Ute Grauerholz en Marlene Müller (ze hadden alle drie een deel van hun studie in Utrecht doorgebracht), deden wat wij met Duitstalige schrijvers hadden gedaan en maakten er een boek van dat mooi bij onze twee drukken paste.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.