zaterdag 26 september 2026

Fontane Feuilletons: Lo van Driel over Theodor Fontane

Het is goed dat er ook een boekenwereld bestaat buiten de hypes en ballen van de papieren en digitale recensiepagina’s, want anders zou een boek als Fontane Feuilletons van Lo van Driel nooit op deze manier zijn verschenen: als ‘gewoon’, traditioneel gemaakt en zorgvuldig vormgegeven en ingericht boek – Uitgeverij Fragment in Leiden gaf het uit.
Fontane Feuilletons is het resultaat van een haast levenslange belangstelling voor leven en werk van de Duitse schrijver Theodor Fontane (1819-1898). De neerlandicus Van Driel, die enkele boeken over Duitsland publiceerde, verdeelde zijn boek over 22 hoofdstukken, die ‘feuilletons’ heten omdat de jonge Fontane, lang voordat hij op latere leeftijd romans ging schrijven, zijn geld verdiende met journalistieke bijdragen aan het ‘Feuilleton’, zoals het ‘cultureel supplement’ sinds het midden van de negentiende eeuw in Duitse kranten werd genoemd. Onderwerpen zijn Fontane’s afkomst (van Franse Hugenoten), zijn opleiding tot apotheker, de relatie met zijn vrouw en zijn kinderen, zijn historische en journalistieke boeken, en uiteraard zijn romans en verhalen en de verslagen van lange wandelingen door de Mark Brandenburg, een uitgestrekt landschap dat ruwweg in het midden en het noorden van oostelijk Duitsland ligt, tot in het huidige Polen.
Van Driel bedient zijn Nederlandstalige publiek op allerlei manieren: door verslag te doen van zijn bedevaarten naar plekken waar sporen van Fontane te vinden zijn, maar ook door gebruik te maken wat er in Duitsland zoal over Fontane en zijn werk is gepubliceerd. De gemiddelde Nederlandse lezer, die bijvoorbeeld het een en ander van Fontane in vertaling heeft gelezen, kan daar zijn voordeel mee doen, want die Nederlandse uitgaven bevatten vaak wel een toelichtend en toegespitst nawoord van de vertalers, maar een completer beeld kan natuurlijk geen kwaad. Zo is de uitgebreide en goed gedocumenteerde aandacht voor wat Fontane schreef over de Frans-Duitse oorlog van 1870/1871 verhelderend. Jammer is dan wel dat het in 2021 bij uitgeverij Vrijdag in Antwerpen verschenen boek van Joris Verbeurgt, Wachtend op het vuurpeloton. Theodor Fontane: ooggetuige van de Frans-Duitse oorlog, de literatuurlijst van ‘Fontane Feuilletons’ niet heeft gehaald; net zoals het overigens aan mijn aandacht was ontsnapt.

Voor een Nederlandstalig publiek is aandacht voor Nederlandstalige publicaties van en over Theodor Fontane vanzelfsprekend onmisbaar. Voor mij nieuw waren de publicaties van twee vrouwen: Martha Leopold (1912) en Geertruida Carelsen (in haar memoires in 2 delen uit 1928 en 1933). Van Driel wijdt twee van de 22 hoofdstukjes aan Fontane en Nederland: ‘In vertaling’ en ‘In Nederland’. De eerste vertaling van een boek van Fontane in het Nederlands verscheen in 1912, het was Het huwelijk van Eefke Briëst, de vertaling door J.P. Wesselink-v. Rossum van de roman Effi Briest uit 1896, uitgever Meulenhoff. Deze vertaling beleefde enkele drukken en werd in 1918 gevolgd door Dwalen… falen. De geschiedenis van een jeugdliefde, de vertaling van Irrungen, Wirrungen uit 1888 door J. Clant van der Mijll-Piepers (ook bij Meulenhoff), en De familie Poggenpohl in 1922, de vertaling door Jo de Wit van Die Poggenpuhls. En toen was het even afgelopen.

Van Driel wijst ook nog op een blijkbaar al in 1914 verschenen nieuwe vertaling van Effi Briest door Wilhelmine van Westrheene. Die is wel te vinden (in de Koninklijke Bibliotheek) maar slechts zeer onvolledig gedocumenteerd. Dat geldt eigenlijk ook voor de geschiedenis van de vertaling van Wesselink-v. Rossum, want zowel Van Driel als de KB kennen alleen een vierde druk met de oplage-aanduiding ‘13e-20e duizend’, al dateert Van Driel hem op 1922 en de KB op 1918 (net als ik, want ik heb een exemplaar voor me). Met datzelfde exemplaar, en bovendien met een eerste, ongedateerde druk van deze vertaling, kan ik ook constateren dat Effi Briest, tot en met haar naam op de grafsteen op het eind van het boek, ‘Eefke Briëst’ heet, en niet alleen op de titelpagina, zoals Van Driel op p. 51 stelt.
In de Nederlandstalige vertaalgeschiedenis van Theodor Fontane valt na 1922 een lang gat, dat pas vanaf 1977 langzaam wordt opgevuld met een nieuwe vertaling, door Pé Hawinkels, van Effi Briest (verschenen bij de Arbeiderspers). Het is opmerkelijk dat Van Driel niet deze vertaling als begin van de ‘Fontane-revival’ noemt maar ‘[w]aarschijnlijk’ Dolingen dwalingen, de nieuwe vertaling van Irrungen, Wirrungen door Theodor Duquesnoy (Het Spectrum, 1978). De naam van Hawinkels, die kort voor het verschijnen van de vertaling overleed, komt in de lopende tekst van het boek niet voor, in de literatuurlijst alleen met de 4de druk van zijn vertaling uit 1992. Sinds 1977 zijn er met enige regelmaat vertalingen van werk van Fontane verschenen, tot en met het al genoemde boek over de Frans-Duitse oorlog uit 2021 en opnieuw een nieuwe vertaling van Effi Briest door Pim Lukkenaer (Uitgeverij Astoria) in 2022 (waarin ik overigens een motivatie voor een nieuwe vertaling miste, maar dit terzijde).
Fontane Feuilletons van Lo van Driel is het persoonlijke verslag van een fascinatie, en daarom zijn een paar zaken die ik mis de auteur niet kwalijk te nemen. Ze zijn geheel voor mijn rekening. Bijvoorbeeld de verfilming van Effi Briest door Rainer Werner Fassbinder uit 1974, die tijdens mijn studie uitkwam en die een prachtige aanvulling was op de lectuur van de roman in mijn eerste literatuurcollege in 1972 door onze onvolprezen docent en Fontane-kenner Peter Wessels. Een paar jaar later was de kennis van roman en film weer de basis voor een van de weinige colleges die ik zelf aan eerstejaars studenten gaf.

Wat ik om persoonlijke redenen ook mis, is aandacht voor de roman Ein weites Feld van Günter Grass (1995), die het Nederlandse publiek ook met Fontane confronteerde. De  hoofdpersoon Theo Wuttke verwijst met zijn bijnaam Fonty bijna 800 pagina’s lang naar Theodor Fontane. Wuttke en zijn tegenhanger Hoftaller belichamen samen goed en kwaad en nog veel meer van de Duitse geschiedenis van de negentiende en de twintigste eeuw. Toen ik dit boek in 1995 en 1996 vertaalde, kregen de internationale vertalers vóór en tijdens de werkbijeenkomst met Grass stapels papieren met voor de vertalingen relevante informatie over Fontane, zijn werk en zijn leven (want het internet was net een beetje aan het opstarten). De titel van de vertaling, Een gebied zonder eind, was mijn oplossing voor de titel van het boek, die de laatste woorden van de roman Effi Briest varieert, uitgesproken door de vader van Effi: ‘das ist ein zu weites Feld’. De op dat moment bestaande drie Nederlandse vertalingen van Effi Briest boden geen oplossing, dus moest ik er zelf een bedenken.

Maar dat zijn mijn persoonlijke overwegingen. Die van Lo van Driel en zijn kennis van het onderwerp maken Fontane Feuilletons tot een informatief en lezenswaardig boek.