Fontane Feuilletons:
Lo van Driel over Theodor Fontane
Het is goed dat er ook een boekenwereld bestaat buiten de hypes en ballen van de papieren en digitale recensiepagina’s, want anders zou een boek als Fontane Feuilletons van Lo van Driel nooit op deze manier zijn verschenen: als ‘gewoon’, traditioneel gemaakt en zorgvuldig vormgegeven en ingericht boek – Uitgeverij Fragment in Leiden gaf het uit.
Fontane
Feuilletons
is het resultaat van een haast levenslange belangstelling voor leven en werk
van de Duitse schrijver Theodor Fontane (1819-1898). De neerlandicus Van Driel,
die enkele boeken over Duitsland publiceerde, verdeelde zijn boek over 22 hoofdstukken,
die ‘feuilletons’ heten omdat de jonge Fontane, lang voordat hij op latere
leeftijd romans ging schrijven, zijn geld verdiende met journalistieke bijdragen
aan het ‘Feuilleton’, zoals het ‘cultureel supplement’ sinds het midden van de
negentiende eeuw in Duitse kranten werd genoemd. Onderwerpen zijn Fontane’s
afkomst (van Franse Hugenoten), zijn opleiding tot apotheker, de relatie met
zijn vrouw en zijn kinderen, zijn historische en journalistieke boeken, en
uiteraard zijn romans en verhalen en de verslagen van lange wandelingen door de
Mark Brandenburg, een uitgestrekt landschap dat ruwweg in het midden en het noorden
van oostelijk Duitsland ligt, tot in het huidige Polen.
Voor een Nederlandstalig publiek is aandacht voor Nederlandstalige publicaties van en over Theodor Fontane vanzelfsprekend onmisbaar. Voor mij nieuw waren de publicaties van twee vrouwen: Martha Leopold (1912) en Geertruida Carelsen (in haar memoires in 2 delen uit 1928 en 1933). Van Driel wijdt twee van de 22 hoofdstukjes aan Fontane en Nederland: ‘In vertaling’ en ‘In Nederland’. De eerste vertaling van een boek van Fontane in het Nederlands verscheen in 1912, het was Het huwelijk van Eefke Briëst, de vertaling door J.P. Wesselink-v. Rossum van de roman Effi Briest uit 1896, uitgever Meulenhoff. Deze vertaling beleefde enkele drukken en werd in 1918 gevolgd door Dwalen… falen. De geschiedenis van een jeugdliefde, de vertaling van Irrungen, Wirrungen uit 1888 door J. Clant van der Mijll-Piepers (ook bij Meulenhoff), en De familie Poggenpohl in 1922, de vertaling door Jo de Wit van Die Poggenpuhls. En toen was het even afgelopen.
Van Driel wijst ook nog op een blijkbaar al in 1914 verschenen nieuwe vertaling van Effi Briest door Wilhelmine van Westrheene. Die is wel te vinden (in de Koninklijke Bibliotheek) maar slechts zeer onvolledig gedocumenteerd. Dat geldt eigenlijk ook voor de geschiedenis van de vertaling van Wesselink-v. Rossum, want zowel Van Driel als de KB kennen alleen een vierde druk met de oplage-aanduiding ‘13e-20e duizend’, al dateert Van Driel hem op 1922 en de KB op 1918 (net als ik, want ik heb een exemplaar voor me). Met datzelfde exemplaar, en bovendien met een eerste, ongedateerde druk van deze vertaling, kan ik ook constateren dat Effi Briest, tot en met haar naam op de grafsteen op het eind van het boek, ‘Eefke Briëst’ heet, en niet alleen op de titelpagina, zoals Van Driel op p. 51 stelt.
In de Nederlandstalige vertaalgeschiedenis
van Theodor Fontane valt na 1922 een lang gat, dat pas vanaf 1977 langzaam
wordt opgevuld met een nieuwe vertaling, door Pé Hawinkels, van Effi Briest (verschenen
bij de Arbeiderspers). Het is opmerkelijk dat Van Driel niet deze vertaling als
begin van de ‘Fontane-revival’ noemt maar ‘[w]aarschijnlijk’ Dolingen
dwalingen, de nieuwe vertaling van Irrungen, Wirrungen door Theodor
Duquesnoy (Het Spectrum, 1978). De naam van Hawinkels, die kort voor het
verschijnen van de vertaling overleed, komt in de lopende tekst van het boek niet
voor, in de literatuurlijst alleen met de 4de druk van zijn
vertaling uit 1992. Sinds 1977 zijn er met enige regelmaat vertalingen van werk
van Fontane verschenen, tot en met het al genoemde boek over de Frans-Duitse
oorlog uit 2021 en opnieuw een nieuwe vertaling van Effi Briest door Pim
Lukkenaer (Uitgeverij Astoria) in 2022 (waarin ik overigens een motivatie voor
een nieuwe vertaling miste, maar dit terzijde).
Fontane Feuilletons van Lo van Driel is het persoonlijke verslag van een fascinatie, en daarom zijn een paar zaken die ik mis de auteur niet kwalijk te nemen. Ze zijn geheel voor mijn rekening. Bijvoorbeeld de verfilming van Effi Briest door Rainer Werner Fassbinder uit 1974, die tijdens mijn studie uitkwam en die een prachtige aanvulling was op de lectuur van de roman in mijn eerste literatuurcollege in 1972 door onze onvolprezen docent en Fontane-kenner Peter Wessels. Een paar jaar later was de kennis van roman en film weer de basis voor een van de weinige colleges die ik zelf aan eerstejaars studenten gaf.
Fontane Feuilletons van Lo van Driel is het persoonlijke verslag van een fascinatie, en daarom zijn een paar zaken die ik mis de auteur niet kwalijk te nemen. Ze zijn geheel voor mijn rekening. Bijvoorbeeld de verfilming van Effi Briest door Rainer Werner Fassbinder uit 1974, die tijdens mijn studie uitkwam en die een prachtige aanvulling was op de lectuur van de roman in mijn eerste literatuurcollege in 1972 door onze onvolprezen docent en Fontane-kenner Peter Wessels. Een paar jaar later was de kennis van roman en film weer de basis voor een van de weinige colleges die ik zelf aan eerstejaars studenten gaf.
Wat ik om persoonlijke redenen ook
mis, is aandacht voor de roman Ein weites Feld van Günter Grass (1995), die
het Nederlandse publiek ook met Fontane confronteerde. De hoofdpersoon Theo Wuttke verwijst met zijn bijnaam
Fonty bijna 800 pagina’s lang naar Theodor Fontane. Wuttke en zijn tegenhanger Hoftaller
belichamen samen goed en kwaad en nog veel meer van de Duitse geschiedenis van
de negentiende en de twintigste eeuw. Toen ik dit boek in 1995 en 1996
vertaalde, kregen de internationale vertalers vóór en tijdens de werkbijeenkomst
met Grass stapels papieren met voor de vertalingen relevante informatie over
Fontane, zijn werk en zijn leven (want het internet was net een beetje aan het
opstarten). De titel van de vertaling, Een gebied zonder eind, was mijn
oplossing voor de titel van het boek, die de laatste woorden van de roman Effi
Briest varieert, uitgesproken door de vader van Effi: ‘das ist ein zu
weites Feld’. De op dat moment bestaande drie Nederlandse vertalingen van Effi
Briest boden geen oplossing, dus moest ik er zelf een bedenken.
Maar dat zijn mijn persoonlijke overwegingen. Die van Lo van Driel en zijn kennis van het onderwerp maken Fontane Feuilletons tot een informatief en lezenswaardig boek.