donderdag 6 juni 2019

Also sprach de biograaf


Ik kom nog even terug op mijn vorige bericht. Dat was, maar dan redelijk neutraal geformuleerd, mijn zoveelste klacht over het broddelwerk van Hermans-biograaf Willem Otterspeer. Ik was bezig met het nawoord bij deel 19 van de Volledige Werken van Hermans, en dan moet je fatsoenshalve die Hermans-biografie raadplegen. Om dan telkens weer te schrikken. Mijn stuk hiervoor ging, in het kort, over de bewering van Otterspeer in zijn biografie dat Hermans in 1941, na allerlei vergeefse pogingen eigen werk geplaatst te krijgen, een ‘succesje’ boekte met een vertaling in een tijdschrift met de titel Astra. Alleen: hij laat een bibliografische voetnoot achterwege. Zo’n voetnoot zou ook een hele opgave zijn geweest, want het is hoogst onzeker of die publicatie wel bestaat. Dat had de lezer moeten lezen als de biograaf zijn werk had gedaan. Maar dat deed hij, zoals zo vaak, niet. Niks publicatie zoeken, niks uitleg, niks voetnoot, maar wel conclusies trekken uit iets dat niet bestaat.

Er zijn wel meer van dat soort gevallen. Voetnoot 354 van deel 1 van de biografie hoort bij een passage over Hermans die in 1941 voor medestudenten een lezing over Friedrich Nietzsche’s Also sprach Zarathustra houdt. Een van die medestudenten had de enige bestaande vertaling uit de bieb gehaald, maar die vond Hermans maar niks. De vertaler had bijvoorbeeld ‘Übermensch’ met ‘bovenmens’ vertaald. In de voetnoot staat dit: ‘Het betreft hier de vertaling van Lucien von Römer.’ We verwachten nu de bibliografische verwijzing, maar die ontbreekt. En dan komt dit: ‘Hermans wist waarover hij sprak, want hij had zelf in januari 1939 een vertaling gemaakt van het Eerste Deel van Also sprach Zarathustra’. Je verwacht nu weer iets, namelijk de informatie over de herkomst van die kennis, en die staat er ook: een Nietzsche- en Hermansdeskundige heeft hem op die vertaling gewezen. Dat is mooi, maar wat ontbreekt is de informatie dat het manuscript van die vertaling zich in het archief-Hermans bevindt. Dat manuscript heeft Otterspeer nooit gezien, dat bewijst de rest van de zin: ‘met daarin de belangrijke hoofdstukken “Vom Lesen und Schreiben” (“Von allem Geschriebenen liebe ich nur Das, was Einer mit seinem Blute schreibt.”) en “Vom Freunde” (“Immer Einmal Eins – das giebt auf die Dauer Zwei.” En “In seinem Freunde soll man seinen besten Feind haben.”).’

Dat zijn lekkere citaten. Maar wat is er aan de hand? De vertaling van Hermans beslaat niet het hele ‘Eerste Deel’ van Also etc., maar slechts 8 van de 23 onderdelen. ‘Vom Lesen und Schreiben’ zit daar niet bij, en de door Otterspeer aangehaalde zin dus ook niet. Gewoon niet bekeken dat manuscript, niks gecontroleerd, gewoon maar wat opgeschreven en een paar citaten uitgekozen die passen bij het beeld dat je met alle geweld van Hermans wil verkopen. Ergens anders in het boek (p. 360-361) meer over de Duitse filosoof. Daar staat: ‘Van Nietzsche zou hij in de oorlog vrijwel alles lezen. Er bleef jammer genoeg maar één deeltje bewaard van zijn oude Nietzsche-uitgaven.’ Gevolgd door een aantal passages die Hermans volgens Otterspeer aanstreepte. Er is nu wel een bibliografische voetnoot, en die luidt aldus: ‘Friedrich Wilhelm Nietzsche, Nietzsches Werke i, Die Geburt der Tragödie. Aus dem Nachlass 1869-1873. Leipzig 1924.’ Dit is geen titelbeschrijving op grond van de autopsie van het boek uit Hermans’ bezit, maar een uit een digitaal beschikbare universiteitsbibliotheekbeschrijving gekopieerde titelbeschrijving. Controleer het maar aan het exemplaar van Hermans – als je het kunt vinden. Want:: waar het boek uit het bezit van Hermans zich bevindt, vermeldt hij niet. Ik weet het, maar de biograaf wil niet dat u het weet, dus ik laat u lekker raden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.