maandag 17 oktober 2022
vrijdag 23 september 2022
HIJ BLIJ
woensdag 14 september 2022
Fiep en de
feitjes van Heleen
Een van de door
De Bezige Bij ingehuurde feestredenaars uit het fonds van De Bezige Bij tijdens
de feestelijke presentatie van het afsluitende deel 24 van de Volledige
Werken van Willem Frederik Hermans in de Nieuwe Kerk in Amsterdam was
Heleen Debruyne, een, lees ik op Wikipedia, ‘Belgische auteur, columniste, feministe
en radiopresentatrice bij radiozender Klara’. Debruyne vatte haar opdracht
merkwaardig op: ze ging mies doen, eerst over haar grootvader en haar vader
(maar dat moet ze zelf weten), en vervolgens over witte mannen die kritiek
hadden op Willem Otterspeer en diens tweedelige Hermans-biografie, die ze
tijdens een vakantie had doorgeworsteld vanwege een radioprogramma dat ze met
hem maakte. Ze oogstte weinig applaus in de zaal, het kwam vreemd genoeg voornamelijk
van witte mannen op leeftijd, want daar waren er erg veel van in de Nieuwe
Kerk.
Wat hadden die
witte mannen gedaan die Debruyne op het oog had? Ze hadden allerlei vervelende
opmerkingen gemaakt over feitjes die niet klopten in de Hermans-biografie van
Otterspeer en, bijvoorbeeld, de biograaf kwalijk genomen dat hij niet aan Fiep
Westendorp had gevraagd wat zij precies voor een relatie had gehad met Hermans.
Hé, dacht ik, toen ze dat zei, dat gaat over mij, want er is volgen mij maar
één witte man die ooit moeite had met wat Otterspeer opschreef over
Fiep Westendorp en Hermans, en dat ben ik. Maar ik verweet de biograaf niet dat hij Fiep niet gevraagd had etc. Mijn probleem
met Otterspeer en Fiep was dat de biograaf zomaar, in het voorbijgaan, in 120
woorden en zonder één enkele bronvermelding, suggereerde dat de tekenares en
Hermans een intieme relatie hadden, alleen maar op grond van het feit dat de twee
elkaar kenden en dat Fiep een paar keer in Hermans’ agenda voorkomt. Dat ziet
er in al zijn ellende zo uit:
‘Maar voor dit
het geval was, had hij nog een andere “kennis” van enig belang, een inmiddels
tamelijk beroemde zelfs, Fiep Westendorp. / Fiep moet een frappante gelijkenis
vertoond hebben met Juus Hartman: ook zij was ouder dan Hermans (van 1916),
kunstenares en kwetsbaar. Tussen april en juni 1949 zagen ze elkaar met grote
regelmaat. Fiep was bevriend met Roland Holst en Carmiggelt en maakte
wekelijkse illustraties voor Vrij Nederland en Het
Parool. In de agenda van 1949 (bij 10 mei, maar het hoeft niet die datum te
zijn): “Tentoonstelling Fiep. Konijntje dat in giraffe klimt. Mannetje met
koffer, kennelijk op reis. In z’n handen een ijzeren aquarium met twee vissen.”
Hoe ver het ging en waartoe het leidde is niet bekend.’
Fiep komt
verder in de biografie (2200 pagina’s) nergens voor. Om deze zeker voor een
biograaf kwalijke onzin – de twee delen staan er vol mee – enigszins luchtig
aan de kaak te stellen schreef ik een artikel waarin ik met dezelfde methode –
suggestie – een veel plausibelere relatie ‘onthulde’: die van Hermans met
Gerard Kornelis van het Reve. Die staat veel vaker dan Fiep in Hermans’ agenda,
ze waren, het is algemeen bekend, goed bevriend totdat ze het niet meer waren.
Met een paar uit hun verband gerukte gegevens en een flinke portie suggestie
kom je een heel eind om de bekende foto van Cas Oorthuys van de twee schrijvers
bij een Amsterdamse krul een heel andere betekenis te geven.
Wat Heleen
Debruyne, die dus ooit samen met Otterspeer een radioprogramma over Hermans
maakte, daar in de Nieuwe Kerk deed is dit: ze verklaarde de biograaf haar
liefde door zijn methode van suggestie en nepfeitjes te volgen. Het is goed om die
methode te kennen voor wie haar de volgende keer op Klara cultuurjournalistje
hoort spelen: de kans dat ze uit haar nek kletst is erg groot. Met de
geschetste methode is het overigens niet zo gek om te veronderstellen dat Otterspeer
en Debruyne het samen gezellig moeten hebben gehad daar in Brussel, een jaar
geleden, heel erg gezellig. Hoe ver het ging en waartoe het leidde is niet bekend.
Dit is het
artikel waar ik hierboven op doel:
https://jangielkens.blogspot.com/2016/11/degeheime-relatie-van-willem-frederik.html
dinsdag 23 augustus 2022
Ei!
We hadden een familieweekeinde in Parc Spelderholt in Beekbergen. Parc Spelderholt, gelegen in een hoekje van het landgoed Spelderholt, is van alles: een zorginstelling, een opleidingsinstituut voor jongeren met een beperking, die bijvoorbeeld worden opgeleid om te werken in het hotel en conferentieoord dat Parc Spelderholt ook is. Erg prettig allemaal. Tegenover het hotel ligt een landhuis dat ‘kasteel’ wordt genoemd. Het werd in 1907 gebouwd. Tijdens de bezetting werd het gevorderd door de bezetter. Na Dolle Dinsdag 4 september 1944 kwam Rijkscommissaris van Nederland Arthur Seyss-Inquart er met zijn familie wonen omdat het westen van het land hem te heet onder de voeten werd. Na de oorlog nam een ander soort boef er zijn intrek, Prins Bernhard namelijk, die er in de speciaal voor hem gecreëerde nep-militaire functie van bevelhebber der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten (de voormalige verzetsgroepen) allerlei Duits en ander materieel vorderde om in rond te rijden en te vliegen en dat spul vervolgens voor eigen beurs te verkopen. Ik hoorde dat er bij de rondleidingen daar ook wordt gerefereerd aan de dames die de prins in het kasteel ontving. Prinses Juliana kwam ook af en toe.
Tegen dat kasteel keken we dus aan tijdens onze familiebijeenkomst, die voor mij een schoonfamiliebijeenkomst was, maar dat maakt na ruim 45 jaar met die familie weinig uit. Ik beheer zelfs het familiearchief van een tak van mijn schoonfamilie. Uit dat familiearchief nam ik een doos mee met archiefmateriaal en foto’s van een familielid dat ook een verleden op Spelderholt had. Dat familielid was Willem Frederik van Tijen, roepnaam Itte. Oom Itte was de broer van de moeder van mijn echtgenote, die ik graag schoonmoeder had genoemd als zij in 1969 niet veel te vroeg was overleden.
Oom Itte werd in 1920 geboren in Vlissingen, maar zijn familie vertrok, toen hij een kleuter was, naar Ambon, waar vader Van Tijen een paar jaar lang hydrografisch werk voor de marine deed. In 1928 kwam aan dat verblijf een einde. Na de hbs vertrok Itte in 1938 naar Vermilion in de Canadese provincie Alberta om daar tot 1940 een opleiding te volgens aan de plaatselijke School of Agriculture. Terug in Nederland ging hij in Wageningen studeren, een studie die werd onderbroken toen de Nederlandse studenten begin 1943 een loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter moesten ondertekenen om verder te kunnen studeren. Oom Itte deed dat niet: hij dook eerst, samen met mijn schoonvader, onder en kreeg vervolgens een baan in de Engewormer-polder als beheerder van een proefboerderij van de firma Wessanen, waar de familie Laan de scepter zwaaide. Ittes grootmoeder was een Laan – vandaar. Na de bezetting rondde hij zijn studie af. Oom Ittes specialisme: pluimvee.
Na de studie lokte Canada weer, waar Itte een in 1950 in Red Deer, Alberta, een onderzoeksbaan kreeg. Achterin het plakboek met zijn levensverhaal dat Ittes moeder voor hem maakte bij zijn afscheid staan de namen van familieleden en vrienden die bij die ‘uitstuif’ aanwezig waren. Twee van die personen waren er ook nu in Spelderholt weer bij. In de linker rij met namen in het plakboek staat, bijna onderaan en heel bescheiden, ‘Lous’. Dat was Lous Hijnekamp, de verloofde van oom Itte, die niet meeging naar Canada. Dat gebeurde later pas, in 1955. Vlak voor Lous’ vertrek, want alles moest heel netjes blijven, trouwden Itte en Lous, en wel met de handschoen. In het familiearchief zit een halve trouwfoto. Of er in Canada ook een foto is gemaakt, vertelt het archief niet.
Itte
en Lous kwamen op zeker moment weer terug, want Oom Itte kreeg een baan bij de
overheidsinstelling die uiteindelijk Instituut voor Pluimveeonderzoek ‘Het
Spelderholt’ zou gaan heten. Een paar artikelen die van W.F. van Tijen in het
kader van zijn werkzaamheden publiceerde kon ik vinden. Ze hebben titels als
‘The consequences of selection for shell quality’, ‘Selectie op schaalkwaliteit’
en ‘Shell quality in poultry as seen from the breeder’s viewpoint’. Sommige van
die artikelen staan online, zoals ‘On the relationship between the height of the thick albumen and the
weight of eggs’ uit 1968, dat, als je het wilt lezen, te koop is. Gratis te
lezen is een deel van de samenvatting: ‘Calculations from data of egg quality obtained at four Regional
Experimental Farms for Poultry Husbandry and at the Central Institute for
Poultry Research “Het Spelderholt” at Beekbergen, the Netherlands, support the
conclusions advanced in recent American investigations that the uniform
regression of Haugh (1937), which is used for the correction of the height of
the thick albumen in relation to the egg weight (0.05 mm. per g. difference in
weight), has no general validity. Only for fresh eggs at the beginning of the
laying period was an average regression found which did not deviate
significantly from the Haugh regression. Significant differences between farms
and strain crosses were not established as long as exceptionally deviating
circumstances were not considered. It was also found that as the laying period
proceeded the Haugh correction factor for the height of the thick albumen in
relation to the egg weight could have an adverse effect.’ Etcetera.
Itte en Lous van Tijen woonden in Beekbergen in een mooi vrijstaand huis, waar ze ons en anderen hartelijk ontvingen. Het was een bijzonder stel: Oom Itte was klein van postuur door een groeistoornis, Tante Lous was niet veel groter door een vergroeiing aan haar benen. Ze hadden een paar vogels als huisdier. Geen kippen, geen kanaries of parkieten, maar eenden. Alle andere dieren ter wereld droegen zij een warm hart toe met hun jarenlange inzet voor het Wereldnatuurfonds. Voor dat werk kregen ze een internationale onderscheiding van die organisatie. Lous overleed in 2002, Itte in 2009.
Het hotel van Parc Spelderholt is gevestigd in het voormalige laboratoriumgebouw van het pluimveeonderzoekinstituut. We zagen maar één kip tijdens ons verblijf daar. Ze staat voor het gebouw waar de wpsa zetelt, de World’s Poultry Science Association. Er waren wél kippenbouten bij het avondeten en eieren bij het ontbijt. Onze kleindochter, precies honderd jaar na Oom Itte en Tante Lous geboren, wist, toen ze langs het ontbijtbuffet werd gedragen, wat ze wilde eten: ‘Ei!’
zondag 14 augustus 2022
Dezer dagen 14 jaar geleden reden we rond in Newfoundland, het Canadese eiland dat deel uitmaakt van de provincie Newfoundland and Labrador.
De foto's van onze reis die verband houden met Hermans' reis zette ik indertijd in een aparte map op flickr.com: https://www.flickr.com/photos/25955360@N00/albums/72157607061047029.
dinsdag 9 augustus 2022
Vlechten
Mijn moeder zou vandaag 102 zijn geworden als ze niet al op haar 99ste was overleden, ongeveer honderd dagen vóór haar honderdste. Uit haar bezit komen deze twee briefkaarten, allebei gesigneerd door de Nederlands-Duitse zanger en filmster Johan Heesters, die, in 1903 in Amersfoort geboren, de honderd wél haalde, en wel ruim. De kaart met Sylvain Poons en de ijskar hoort bij de film ‘Bleeke Bet’ uit 1934. Rond die tijd verhuisde Heesters naar Duitsland om daar, als Johannes Heesters, tot zijn dood te blijven en tot 1944 vrolijk in allerlei films te acteren en te zingen. Vanaf 1946 ging hij daar weer net zo vrolijk mee door. De andere briefkaart is een Duitse kaart.
Ik gebruikte de ‘Bleeke Bet’-kaart in 2010 als illustratie bij het mooie en interessante artikel ‘Johannes Heesters in Wenen en Berlijn’ dat Helleke van den Braber schreef voor het boek waarvan zij en ik samen de eindredactie deden: In 1934. Nederlandse cultuur in internationale context (uitgegeven door Querido). Mijn moeder kreeg een bewijsexemplaar als leverancier van een archiefstuk uit particulier bezit. Tijdens het afronden van de redactie en de productie van het boek controleerde ik voortdurend of er op het laatste moment nog een correctie moest worden toegepast op het artikel van Helleke: de overlijdensdatum van Heesters namelijk. Soms wil je gewoon graag iemand dood hebben, maar dat lukte niet: hij gaf het pas in 2011 op, 108 jaar oud. Hij moest dus heel lang uitleggen waarom hij tot 1944 had doorgezongen en -gespeeld.
Mijn moeder vertelde regelmatig dat ze de briefkaarten had gekregen en laten signeren bij een bezoek van Heesters aan een bioscoop in Kerkrade, ik neem aan bij een voorstelling van ‘Bleeke Bet’. Ik heb gezocht of ik iets kon vinden over zo’n bezoek, maar dat is niet gelukt. Kerkrade had, toen mijn moeder jong was, en ook nog toen ik jong was, tot midden jaren zestig twee bioscopen: Hollandia op de Markt, een echte theater, verpakt in een mooi gebouw, en de Roxy in de Einderstraat, die tot 1945 Tonhalle Roxy heette. Kerkrade was cultureel gezien toen nog veel Duitser dan nu. De Roxy lag achter de huizen, zonder vanaf de straat zichtbare architectuur. Alleen etalages met affiches etc. wezen op de aanwezigheid van een filmhuis. Ik herinner me dat je een lange smalle gang door moest voordat je de Dikke en de Dunne kon gaan bekijken.
Johan Heesters maakte,
vertelde mijn moeder, bij het uitdelen van de kaarten een opmerking over de
vlechten die ze als tiener – tot wanneer? – had. Ze waren lang, langer dan een
foto uit die tijd kon bevatten.
zaterdag 6 augustus 2022
Cursiefje
Elke ochtend wordt het Comité ter
Bescherming van het Werk van Willem Frederik Hermans wakker met de bange gedachte:
wat zullen we vandaag weer aantreffen? Er zijn gelukkig veel rustige dagen, waarop
het Comité zich aan andere nuttige taken kan wijden, maar soms is er ook werk
aan de winkel.
Zo moest vandaag de tweede jaargang van
het vermaarde tijdschrift Merlyn worden geraadpleegd, in de tweede
jaargang waarvan (1963/1964, p. 23-) Kees Fens het essay ‘Buiten de gevestige chaos’
wijdt aan de novelle Het behouden huis van Willem Frederik Hermans
(geschreven in 1950, verschenen begin 1952 met 1951 als jaar van publicatie). De novelle staat nu in deel 7 (2006) van de Volledige
Werken van Hermans op de pagina’s 299-342. In zijn essay citeert Fens onder
andere uit een passage die halverwege de novelle staat:
Let even op de zin: ‘En dan volgt een zin die door de auteur gecursiveerd is:’.
Dit is de passage waar het om gaat:
Let even op de zin van Hermans waar Fens de aandacht op vestigt. Het is een zin waar Hermans zelf al speciale aandacht op had gevestigd door hem te cursiveren.
Vandaag, 6 augustus 2022, vindt de Hermans-citatenleverancier van deze week op de website neerlandistiek punt nl, studente in Nijmegen en schrijfster Suzanne Voets, dat het bewuste citaat er zo moet uitzien:
Let even op de zin die gecursiveerd had moeten worden. En dan is er ook nog iets met een accent en een komma, maar dat doen we misschien een andere keer.














.png)

